La Grande Musicienne - Het Verhaal
Het beeldenterras toont een serie sculpturen waarin de menselijke figuur op verschillende manieren is benaderd. Het brons van Rodin is relatief realistisch. In de sculpturen van Mastroianni en Wotruba zijn een figurenpaar en een liggende figuur sterk geabstraheerd weergegeven. In de werken van Shapiro en Visser wordt de associatieve kracht van de constructie, respectievelijk de assemblage getest. De op één na oudste sculptuur van het beeldenterras, La grande musicienne (de grote muzikante) van Henri Laurens, buit meer dan de andere werken, de plastische mogelijkheden van een wetmatige vorm uit.
Laurens heeft het motief van de vrouwelijke figuur, die versmolten is met een lier-achtig muziekinstrument, gecombineerd met een spiraalvorm. Aan de achterzijde van het brons bevindt zich een diepe groef over de gehele lengte van het beeld. Aan de voorzijde is de zigzagvorm van de spiraal het meest nadrukkelijk. Bolronde vormen, die associaties oproepen met (vrouwelijke) lichaamsdelen als benen, billen, borsten, hoofd en arm, lopen spiraalsgewijs en vloeiend in elkaar over en maken van het uiterst elegant gemodelleerde volume ‘de grote muzikante’. Om de opbouw en de complexiteit van de vorm enigszins te doorgronden, moet de kijker beslist een aantal malen rond het beeld lopen – wat door de plastische draai van het beeld ook wordt afgedwongen. De rest van het verhaal leest u hier!
La grande musicienne, zonder meer een hoogtepunt in Laurens’ oeuvre, heeft alleen nog de stramiensgewijze opzet en het vervloeien van volumes gemeen met zijn eerdere kubistische werk; de wulpsheid en uitnodigende welvingen gaan ronduit tegen het kubisme in. Of zoals Laurens ooit over zijn latere werk zei: ‘Ik leg mij toe op de rijping van vormen. Ik zou willen dat ik ze zo vol, zo sappig kon maken, dat er niets meer toegevoegd zou kunnen worden.


La Grande Musicienne